Het einde van het seizoen begint in zicht te komen, reden om er nog even voor te gaan zitten en zo te proberen nog zoveel mogelijk puntjes binnen te slepen. Hoewel het erop leek dat Frank P. naadloos de titel zou gaan veroveren, blijken er inmiddels toch nog meer gegadigden hiervoor te zijn, mede dankzij de fraaie overwinning van Jan B. op Frank afgelopen dinsdag, 12 mei, en omdat Frank al heeft aangegeven de laatste wedstrijd niet aanwezig te kunnen zijn en de ‘afwezigheidspunten’ al opgebruikt zijn, ergo: die laatste keer krijgt hij nul punten. Zero points. Pavoordt: niet gescoord.
Wie zijn die kanshebbers dan? De stand laat zien dat Marcel en Paul nog kans maken. De stand is nu, met nog twee wedstrijden te gaan:
| Naam | Punten | Waarde |
| Frank P. | 1014.3 | 62 |
| Marcel | 934.8 | 61 |
| Paul | 922.2 | 60 |
Als Frank volgende week wint, is hij niet meer in te halen. Zowel Marcel als Paul zouden hoe dan ook twee keer moeten winnen en dan hangt het er, leve de Keizer, van af tegen wie ze moeten spelen – ik heb begrepen dat er minimaal acht wedstrijden tussen moeten zitten voordat je weer dezelfde tegenstander kunt krijgen, waarbij extern en afzeggen niet meetelt (?) – en hoeveel hun tegenstanders waard zijn, want dat zijn de punten die je verdient. De vraag is tegen wie Frank moet spelen volgende week, is dat Marcel of Paul, dan kan dit rechtstreekse duel bepalend zijn voor de eindstand als Frank wint. Wat een druk wordt er op zijn tegenstander gelegd! Zeker ook omdat Frank al heeft aangekondigd volgende week champagne mee te zullen nemen om het clubkampioenschap te kunnen vieren … Of om zijn verdriet te verdrinken, natuurlijk. Kunnen we erachter komen tegen wie Frank volgens de Keizer zou moeten spelen? Ik doe een poging.
1. Tegen Marcel: nee, want er zit maar 1 wedstrijd tussen.
2. Tegen Paul: nee, want er zitten zes tegenstanders tussen; bovendien zou dat de 3e keer worden dit jaar dat ze tegen elkaar spelen.
3. Tegen Roel: nee, twee ertussen.
4. Tegen Ignace: nee, acht ertussen.
5. Tegen Jan J.: nee, vier ertussen
etc.
Het lijkt erop dat Ben Zee een kandidaat zou kunnen zijn, maar ja, de regels van de Keizer zijn wat mij betreft gelijk de Keizers nieuwe kleren: nogal vaag, dus. Over die Keizer gesproken, de commissie van Wijze Mannen – de halve club dus eigenlijk – heeft zich het hoofd over het Keizersysteem gebogen en zal het kledingadvies voor de Keizer voor volgend jaar voorleggen aan de leden, dat zal dan op de ALV zijn. Met vooraf schriftelijke uitleg, maar daar is het nu nog te vroeg voor.
Meester Frans
‘Vroeg’ was ook van toepassing op het begin van de avond, die startte om 19.00 uur met een van Meester Frans’ wijze lessen, deze keer over ethiek. Nu er plannen zijn om volgend jaar mogelijk ook landelijk te gaan spelen – op zaterdag – is het van belang dat men goed op de hoogte is van wat wel en niet mag. Frans begon maar meteen met een voor hemzelf belangrijke regel: roken gebeurt op aanwijzing van de arbiter. Daarna ging het over onderwerpen als hinder, lawaai en claimen en wat er allemaal verboden is. Al snel bleek dat zo’n beetje iedereen bij externe wedstrijden in overtreding is. Dat begint namelijk meestal met het aanbieden van koffie. Dat moet je – zo leerden wij – in je eigen tijd doen. Dus: zet doen, opschrijven, koffie aanbieden en dan pas op de klok drukken. Als de tijd van je tegenstander loopt, mag je niets aanbieden. Iedereen zweeg bedeesd, zich afvragend of hij ooit wel eens correct koffie had aangeboden.
En wat er verder allemaal niet mag, het is schier oneindig: Bewust hinderen door praten, zingen, snuiven, continu je neus ophalen, neuriën, met je voet telkens op de grond tikken, wiebelen, scheurende geluiden met je stoelpoten maken, onaangename luchten voortbrengen, aan de stukken van je tegenstander zitten, aan je eigen stukken zitten zonder ‘j’adoube’ te roepen én dat niet in je eigen tijd te doen (!), ‘schaak’ zeggen als je iemand schaak zet, koekjes eten, borrelnoten en alles wat verder kraakt, opmerkingen over het spel van je tegenstander, je buurman of -vrouw maken, schelden, lachen, roepen of zelf arbitrale beslissingen nemen. Oh ja, en je mag
ook geen notities op je notatieformulier maken! Of te vaak achter elkaar remise aanbieden! Het is nogal wat. Gelukkig zijn er ook dingen die wel mogen: iemand door z’n vlag jagen bijvoorbeeld. Ook hoef je nooit op te geven (ik kén mensen die dit gedrag elke week weer vertonen, nee, ik noem geen namen …), maar: ‘als je niet de intentie hebt om te winnen, mag de arbiter de partij verloren verklaren’. Deze zin zit drie dagen later nog steeds in mijn hoofd, maar het lukt mij niet die naar een voorstelling op het schaakbord te vertalen. Nou hoef ik dat ook niet, want ik heb altíjd de intentie om te winnen! Frans verwees naar allerlei regels en richtlijnen van de Schaakbond, die dus ook allemaal terug te lezen zijn.
Terwijl er met smaak van de krakende koekjes gegeten werd, toonde Frans nog enkele lollige filmpjes van onreglementaire zaken die grootmeesters ook overkomen, het zijn dus toch nog mensen, ergens. Om vijf voor acht werd de sessie opgeheven en kon de zaal ingericht worden voor de interne competitie. Als altijd weer hartelijk dank Frans!
Lessen in de praktijk
Terwijl iedereen zich een mooie plek achter zijn bord zocht, wervelde WL Roel met een papier in het rond, waarop je kon aangeven of en in welke klasse/groep je volgend jaar extern wilt spelen. Zie de lijst onderaan dit artikel. Voor degenen die er niet waren, of zich nog bedenken, wend je vooral tot Roel. Hierna werd de indeling bekend gemaakt. Ik mocht tegen Kas met zwart; ik vind het altijd fijn om tegen Kas te spelen. Ik had echter de lessen van Frans nog in de oren, dus ik zat stokstijf achter mijn bord, de kaken stijf op elkaar om te voorkomen dat ik er van alles uit liet vallen, en me er sterk van bewust dat ik een benenwiebelaar ben. Nog voordat we van start gingen riep ik ook al snel: ‘J’adoube!’ Telkens als ik koffie wilde aanbieden, bedacht ik me dat ik niet aan zet was, of te snel alweer op de klok gemept had, pff. Uiteindelijk is dat wel gelukt: in mijn eigen tijd koffie aanbieden, maar Kas zei nee. De partij bouwde inmiddels redelijk gelijkwaardig op, al voelde ik de continue druk van een witte dame met loper in haar kielzog op mijn h7-pion, waarmee het mat in één zou zijn. Ik voelde mijn stukken teruggedrongen worden, maar ergens maakte Kas een strategische fout waardoor zijn dame ingesloten werd en dit hem in ieder geval een stuk kostte waarop hij er verder de brui aan gaf. De thuisanalist meldde later desgevraagd dat ik iets beter uit de opening kwam, Kas zich daarna herstelde, maar vervolgens zijn zware stukken liet insluiten. Met materiaalverlies als gevolg en geen energie meer om nog verder te spelen. Gelukkig liet hij zich overhalen om nog wat te drinken en daar sloot een solide groep zich even later bij aan. De nazit was bijzonder goed gevuld, in ieder opzicht. Wie denkt dat het hier (alleen) gaat om schaakanalyses heeft het bij het verkeerde eind. Er komen vele onderwerpen aan de orde: van tuintafels tot huizen in het buitenland, tot eenzijdige diëten, tot gevis naar de uitkomsten van de Commissie van Wijze Keizers, tot ideeën over zachte koekjes na de kraakheldere lessen van Frans. Marcel gaf maar meteen een bestelling op: eierkoeken, spritsen of cake. Ik denk dat het krakelingen worden … Of kletsmajoors! De volgende dag was alweer begonnen toen we in opperbeste stemming het thuishonk verlieten.
What’s on
Er is dit seizoen nog één externe wedstrijd te spelen en dat is die van SSC-B, in de play-offs tegen Noordwijk, aanstaande maandag, 18 mei 2026. Het team bestaat uit Frans D., Jelle V, Jelle K, Johan, Thom en Maaike. En dan spelen we om de 5e of 6e plaats in het eindklassement. Boeie! Maar we gaan ervoor! Tuurlijk!
En verder zijn er natuurlijk nog altijd extraclubitoriale toernooien waar mensen aan mee kunnen doen, als ik daar info over krijg zet ik die onder de tab: Links/what’s on. De nieuwste informatie gaat over het Senioren- en Veteranenkampioenschap op 23 mei 2026. Je moet dan geboren zijn voor 1976 of 1966.
Maaike

Kani=didatenlijst externe competitie 2026/2027





