Omdat onze club jong van geest en enthousiast van hart is, én we onze leden graag de mogelijkheid willen bieden om zich verder te ontwikkelen, heeft Frank van de Pavoordt aangeboden een aantal trainingen te verzorgen, vooral bedoeld voor de categorie ‘van thuisschaker naar clubschaker’. De eerste les vond plaats op 3 november, voorafgaand aan de speelavond. Naast tien interne leden waren er ook twee externe belangstellenden, onder wie een vrouw, waarmee het aantal vrouwen op de club met 100% toenam die avond. De eerste les stond in het teken van ‘pionnenstructuur’, het ‘loperpaar’ en wat algemene belangrijkheden.
De meester stelde de leerlingen om de beurt een vraag, over wat belangrijk is in het schaakspel. Zoals centrum, stukken ontwikkelen, koning veilig – de drie basisbeginselen van het schaken. Daarna onderstreepte hij het belang van het maken van een plan. En dat je in ieder geval twee openingen moet leren: 1 met wit en 1 met zwart. De pionnenstructuur is belangrijk met het oog op het eindspel. Voor het ontwikkelen van het middenspel raadde hij aan puzzels te doen.

We hingen aan zijn lippen, maar toen ik hoorde dat je 55.000 schaakpatronen diende te herkennen, verbleekte ik. Dat ga ik nooit meer halen, dacht ik bij mezelf. Wel leuk om hier even dieper op in te gaan, met dank aan Wiki:
Het getal van ongeveer 50.000 tot 100.000 patronen (dus Frank was nog gematigd met zijn 55.000! – red.) is een bekende schatting uit de cognitieve psychologie voor de hoeveelheid schaak-chunks die een grootmeester in zijn langetermijngeheugen heeft opgeslagen. Het is geen officiële regel van de schaakbond, maar een wetenschappelijk onderbouwde schatting over hoe ons brein expertise opbouwt.
Waar komt deze claim vandaan?
De basis voor deze claim werd gelegd door de Nederlandse psycholoog en schaker Adriaan de Groot in zijn baanbrekende proefschrift uit 1946.
-
- Het experiment: De Groot liet grootmeesters en amateurs een paar seconden lang naar een schaakbord kijken. Grootmeesters konden de stelling daarna bijna feilloos (voor 92%) reconstrueren, terwijl amateurs dat nauwelijks konden (50%).
- De twist: Wanneer de schaakstukken echter willekeurig op het bord werden gezet (zonder logisch schaakverband), presteerden de grootmeesters net zo slecht als de amateurs.
- De conclusie: Het geheim van een grootmeester is niet een beter fotografisch geheugen of een grotere rekenkracht, maar een enorme database aan patroonherkenning.
Dan ook maar meteen puzzeltje (oplossing helemaal onderaan dit artikel):

Gevolgd door een iets hoopvoller bericht:
Later (in de jaren 70) schatten de psychologen Herbert Simon en William Chase dat een grootmeester zo’n 50.000 (oh, dat scheelt – red.) unieke combinaties van stukken (‘chunks’) herkent. Dit is vergelijkbaar met de woordenschat van een volwassen moedertaalspreker.
Wat voor patronen zijn dit?
Een schaker leert deze patronen niet los uit zijn hoofd, maar herkent ze organisch door jarenlang duizenden partijen te spelen en te analyseren. Het gaat hierbij om:
- Matpatronen: Specifieke opstellingen waarmee de koning mat wordt gezet (zoals het stikmat of Anastasia’s mat).
-
- Tactische motieven: Patronen voor penningen, vorken, aftrekaanvallen en röntgenaanvallen.
- Pionnenstructuren: De vorm van de pionnenketens die bepalen waar de stukken het beste kunnen staan.
- Eindspelposities: Vaste schema’s waarin de schaker direct ziet of een stelling gewonnen, verloren of remise is.
Dankzij deze enorme interne catalogus hoeft een topschaker niet elke mogelijke zet te berekenen. Zijn brein filtert de slechte zetten er direct uit, waardoor hij zijn rekenkracht alleen hoeft te gebruiken voor de weinige zetten die er écht toe doen.
De les
We leerden verder dat twee groepjes pionnen beter is dan drie, kregen een deel van een partij te zien van Bobby Fischer en eindigen met een vel met schaakopgaven. Het huiswerk werd weer ingenomen door de meester, volgende keer krijgen we het terug – op 1 december is les 2, eveneens voorafgaand aan de Rapid. Daarna kon de eerste van vier Rapidavonden beginnen.
Rapid – 1e avond.
De messen waren geslepen bij aanvang van de Rapid en na een licht warrig begin met de eerste ronde een ‘oneven’ voor Roel, bleek later dat we toch niet oneven waren, maar dat mocht de pret niet deren. Jan had mij de 5-5-5-methode op het hart gedrukt: 5 minuten aan de opening besteden, 5 minuten aan het middenspel en 5 minuten om het af te maken, maar de 55.000 patronen tuimelden nog door mijn hoofd, waardoor ik prompt op allerlei fronten in al mijn partijen in de fout ging. Alleen van Ko wist ik te winnen op tijd. Maar dat was ook helemaal niet belangrijk. Waar het erom spande was bij de hogere goden. Jan was na zijn niet optimale start van zijn seizoen erop gebrand zijn befaamde topscores in de Rapid wederom eer aan te doen. De weergekeerde Bert was eveneens strijdlustig om zo goed mogelijk te scoren om aan de top mee te draaien. En uiteraard kon meester Frank (Rapidkampioen én clubkampioen van 2025/2026) niet achterblijven. Maar ook Marcel is een gevaarlijke tegenstander.
Mazzel
Jan had een beetje mazzel dat hij tegen cursist Ferenc Methorst mocht en daarmee overtuigend een punt kon noteren. Marcel won in de eerste ronde van mogelijk nieuw (oud) lid Jos Augustinus. Ron begon met een halfje tegen Johan de Haas. Frank startte met een punt tegen Ben Zee. Maar wie het meest overtuigend de punten naar zich toe wist te trekken was Remco Brobbel. En niet tegen de minsten: Hij won achtereenvolgens van Fred en Marco, haalde een halfje tegen voormalig bekerhouder Jan, en won van huidig bekerhouder Frank. Waarmee hij op weerstandspunten bovenaan staat met 3,5 uit 4, gevolgd door Jan met eveneens 3,5 punt. Marcel staat voorlopig 3e met Ron op de vierde plek (beiden 3 punten). Het belooft een mooie, spannende competitie te worden!
Traditie
De avond werd traditioneel opgeleukt met kaas en worst en de nazit bereikte deze keer absoluut dieptepunten, maar dat was ook de bedoeling: we gingen met z’n allen de diepte in. En het bleef nog lang onrustig in ’t Onderdak.
Volgende week dinsdag speelt SSC-B extern thuis. Klinkt als een contradictie. Is het niet. Laten we hopen dat, mede dankzij de lessen van meester Frank, we de overwinning naar ons toe zullen trekken!
Maaike
Oplossing puzzel:






