Omdat de 3e klasse uit twaalf teams bestaat is deze competitie in tweeën gesplitst, met twee play-offs na de voorronden. Voor zover ik begrepen heb, zou het dan gaan om de 1e en 2e plek, nrs 3 en 4 en 5 en 6, door kruislings tegen de tegenstanders uit de andere poule te spelen die op dezelfde plaats stonden. Dacht ik. In de praktijk ging het echter heel anders. Dit was de stand na de voorronden, met daaronder de indeling voor de play-offs:

In de eerste ronde speelden inderdaad de nrs 1 en 2 van beide poules tegen elkaar, 3 en 4, en 5 en 6. Kruislings, dus. In de tweede ronde echter speelden de nrs 1 en 2, en 3 en 4 uit de eigen poule (nogmaals) tegen elkaar, en alleen de nrs 5 en 6 uit beide poules kruislings. Hier zit vast een hogere gedachte achter, maar ik heb hem niet begrepen en ben benieuwd naar de definitieve eindstand. Misschien is het een idee dat de LeiSB op haar site uitlegt hoe een en ander werkt.
Met de eclatante overwinning op Noordwijk – overigens ook tweemaal uit tegen hen – staan wij op de algemene ranglijst nu op een gedeelde 2e plaats met 4 MP en 8,5 BP. De vraag is wat dit nu uiteindelijk betekent voor de eindstand in deze klasse? Maar eerst maar even naar het verslag van de avond.
Primeur
Deze laatste wedstrijd hadden we een creatieve opstelling. Een aantal vaste spelers was verhinderd – waardoor ik ook mijn partner in chess crime Kas moest missen, een hard gelag – wat leidde tot de artistieke opstelling van (op bord) 1. Frans D. 2. Jelle V. 3. Jelle K. 4. Johan 5. Thom en 6. Maaike. Wij mochten het genoegen smaken dat ons nieuwste talent, Thom, zijn eerste externe wedstrijd speelde en hij die rol glansrijk zou vervullen. Maar daarvoor laten we hem straks graag zelf aan het woord.
De eerste keuzestress ontstond al bij ’t Onderdak: met welke auto’s zouden we gaan en wie stapte bij wie in. Er stonden maar liefst drie voertuigen rond het Onderdak en een vierde op 100 meter afstand. Het werd de dag van Ford. ‘Ik móet met Frans mee,’ riep ik stellig. De vragende blikken negerend mompelde ik iets als: ‘Als ik met Frans meerijd gaat het goed.’ Zo stond dat in mijn geheugen gegrift en daar moet je absoluut naar luisteren. Ook Thom reed met Frans mee en de Jelles en Johan gingen met Jelle mee. Welke? 50% kans. Roept u maar.
Frans bleek over een nieuwe bolide te beschikken, zo’n zelfrijdend geval. Gas geven, remmen, sturen, alles ging vanzelf. ‘Nooit meer een bekeuring!’ riep Frans trots. ‘Je moet alleen wel elke keer als je naar Appie gaat dat tegen hem zeggen, anders doet ie niets, dan weet hij niet waar hij naartoe moet.’ Reuze praktisch natuurlijk, net zoals alles wat je tegenwoordig allemaal voor je kunt laten doen, zoals een artikel schrijven (nee, deze is 100% human), Siri’s leren spreken en al dat andere waardoor onze intelligentie in rap tempo afdaalt. Maar dat wisten we allemaal al, volg het nieuws maar. Genoeg hierover. Wel was ik meer dan vastbesloten om mijn papieren wegenatlas tot het einde der dagen te bewaren. Just in case. Inmiddels waren Thom en ik overeen gekomen dat hij op de terugweg voorin mocht, mits hij zou winnen.
Fort Knox
Op plaats van bestemming trof Frans zijn tegenstander buiten al aan, terwijl wij naar binnen liepen. We werden welkom geheten, de bordindeling werd omgeroepen en we konden van start gaan, nadat we nog een bonnetje voor een consumptie kregen. Ik nam aan dat ik tegen een van de laagste ratingspelers zou spelen, daar ik aan bord 6 zat, maar ik wist allang niet meer welke namen dat waren. Meneer tegenover me was nogal onrustig en ik moest meteen aan de lessen van Frans denken over ethiek. Nou, daar was hij duidelijk niet bij aanwezig geweest. Ik had zwart, maar de klok stond links. Ik gaf zelf maar aan dat ik die graag rechts van mij wilde. Jaja, dat was natuurlijk goed. Na het noteren van de namen (‘Hè? Domburg?’ ofzoiets, dat verstond ik althans. Ik moest mijn naam drie keer herhalen voordat het landde: ‘TWEE PLAATSEN IN NEDERLAND, EEN RUÏNE EN EEN CASINO!!!’) en handen schudden, drukte hij de klok in en speelde à tempo e4, gooide zijn pen met wapengekletter op de tafel en sloeg met zijn andere hand op de klok. Alles aan hem was gejaagd. Hij zat duidelijk ongeduldig te wachten tot ik een ‘obvious’ zet zou doen en daar had ik behoorlijk last van. Dus probeerde ik mezelf eerst tot rust te brengen, wat me moeilijk afging. Daarna ontwikkelde het spel zich de eerste paar zetten in basistheorie, Italiaans. Dat wil zeggen, zijn zetten gingen in jeugdtempo, waarbij het gegooi met de pen bleef, evenals het regelmatig met de verkeerde hand de klok indrukken en zeer onrustige bewegingen makend, geërgerd om zich heen kijkend terwijl het ongeduld van zijn gezicht afdroop. Voor mij reden om expres lang te doen over mijn tegenzetten. Toch liep ik in de val – die grmpghfgtf dreiging op f7 met paard en loper – en vergat ik de theorie die manlief en ik ’s middags nog hadden doorgenomen. Johan zou na afloop grijnzend zeggen: ‘Ik had me helemaal niet voorbereid en ik had hem in 30 minuten van het bord af.’ ‘Had ik ook moeten doen,’ had ik gelaten gereageerd.
Thom ‘brave’
Naast mij zat een onverstoorbare Thom te spelen, de focus op het bord en niet op zijn tegenstander. Tja, zo hoort het. Graag laat ik hem aan het woord om zijn partij te beschrijven.
Opening: Siciliaans, Alapin Variatie (B20)
Partijverloop & Analyse
Dit was mijn eerste externe partij in de B-competitie, waar ik erg naar uitkeek. Ik koos voor de opening e4, daar begin ik vaak mee, en het voelde als een voordeel dat ik met wit speelde. Ik hoopte op een solide partij waar ik kon laten zien dat ik goed kan opbouwen, en koos dus niet voor scherpe lijnen.
De week ervoor had ik al gewonnen met de Alapin-Siciliaans, dus was ik erg blij toen ik zag dat mijn tegenstander dit koos als antwoord (2… c5).
Opening (zet 1-12):
De partij ging in de Alapin Variatie. Mijn eerste afwijking van de standaard was 6. Nge2 (Paard e2). Ik wilde de flexibiliteit houden om met mijn f-pion te spelen, omdat ik wist dat hij kort zou rokeren. Echter, ik voelde dat ik eerst onder de druk op het centrum uit moest komen. Aan deze herpositionering werkten we allebei mee: stukken verplaatsten zich, en na 12. fxe3 had ik een dubbelpion maar ook de open f-lijn voor mijn toren.
Middenspel – Dame ruil (zet 13-17):
De tegenstander liet mij de dames ruilen na 16. Qb5 Qa5 17. Qxa5 Nxa5. Dit verwijderde de grootste dreiging van het bord en leidde naar een eindspel waar ik beter stond. Dit was een cruciaal keerpunt.
Centrale doorbraak (zet 18-25):
Hier kwam het cruciale punt waar mijn loper de c8-hoek controleerde en mij de open lijn gaf. Na 25. d5 drong ik het paard uit de positie. Het paard had niet veel plekken meer om naartoe te gaan (Nb4). Hierdoor besloot mijn tegenstander zijn loper te offeren om pionnen terug te krijgen (26… Bh6 27… Bxe3+), maar dit was onvoldoende.
Eindspel – Torenaanval (zet 26-39):
Ik kon meer druk uitoefenen. Na 30. Rc7 en 31. Rd7 stonden mijn twee torens op de 7e rang, waardoor de druk te hoog werd. Na 37. Be6 axb3 38. Bxf7+ begon de finale aanval. Wit offert de loper om de koning uit te spelen en wint de b-pion. 39. Rxf7 wint de tweede pion.
Spannende slotfase (zet 40-43):
De tegenstander probeerde nog druk uit te oefenen met zijn pionnen (36… a4 37… b2) wat goed lukte, echter was dit een zet te laat. Na 40. Rg7+ Kf8 41. Rcf7+ Ke8 42. Rf1 Rc8 43. Rg8+ Ke7 gaf de tegenstander op. Na het weggeven van een gelijkspel wist ik toch te winnen. Het was een spannende slotfase.
Tijdgebruik:
De tijd ging gedurende de partij redelijk gelijk op. Ik stond vaak ongeveer 10 minuten achter op de klok, maar beide spelers gebruikten de tijd redelijk normaal. Geen van beiden heeft te lang over een zet nagedacht, wat zorgde voor een vloeiende speltempo zonder tijdnood-drama.
Tot zover de zorgvuldig opgebouwde partij van Thom, met een mooie 1-0 overwinning als resultaat. Hoe anders verliep de mijne …
In de nesten
Zoals gewoonlijk had ik mezelf met mijn spookbeelden van ‘slaan op f7’ weer flink in de nesten gewerkt. Nadat Meneer Onrust een paard offerde op d7 en ik met de Koning terug moest pakken en hij vervolgens zijn dame op f3 zette (hij zei geen schaak, Frans!) ging ik nu maar eens echt heel diep de denktank in. Zo diep zelfs, dat de tegenstander na 15 minuten denken zei: ‘Zal ik koffie halen?’ In mijn tijd, ja. Zou hij wel eens gehoord hebben van artikel 11.5? Nu wilde ik graag koffie en dus zei ik ja, moest drie keer melden dat ik geen suiker en geen melk wilde, waarna hij met mijn consumptiebonnetje naar de bar vertrok. Toen hij terugkwam, was ik eruit. Mijn koning moest als extra dekkend stuk ingezet worden en dus plaatste ik hem op e6. Is het niet de bedoeling het centrum te beheersen, haha? Waar meneer Ter Haast de eerste zetten blindelings en vol bravoure – allemaal theorie, dat weet toch iedereen? – op het bord smeet, had ik hem toch ook in de denktank gekregen. En goed ook. Want waar ik in beginsel veel tijd gebruikt had, was nu het omgekeerde het geval: zijn klok tikte gestaag door. Die strijd had ik in ieder geval gewonnen.

Na zet 15. Pe4
Houdini
Inmiddels ontstond er midden op het bord een soort Fort Knox, met als thema: penningen. Ongeveer alles stond gepend, maar iedere onnauwkeurige zet van beide partijen zou verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Dus het was nauwkeurigheid troef. Zie diagram. Dit was de stelling na zet 15. Pe4. Terwijl ik werkelijk over iedere zet eindeloos nagedacht had en getracht had alle opties te tackelen, had ook hij het moeilijk, totdat hij dus enigszins triomfantelijk zijn paard op e4 stalde. Nu zou het toch wel zo gedaan zijn? Ik had echter weer ruim de tijd genomen en besloot tot … Pf3+. Nadat hij teruggenomen had volgden er nog wat slachtpartijen. Toen de rook weer opgetrokken was en de dames inmiddels van het bord waren verdwenen, bood hij op zet 20 remise aan. Ik heb er zeker vijf minuten over nagedacht en het toen geaccepteerd. Ik wist niet helemaal wat de stand van ons team was en onze vervangend teamcaptain zat aan het andere eind van de borden nog te spelen, maar ik dacht aan Johans gezicht al gezien te hebben dat hij had gewonnen, van Jelle had ik een duim omhoog gekregen en ook Thom leek gewonnen te hebben of te staan. Dus dan zou het genoeg moeten zijn. Ik accepteerde in de wetenschap dat ik weer eens langs de krochten van de hel* gegaan was. Pfff.
Meneer de opponent vroeg of we nog zouden analyseren in de bar. Prima. We gingen zitten en voordat we aan de analyse begonnen heb ik gezegd dat hij zich er wellicht niet van bewust was dat het voor een niet-geroutineerde speler heel vervelend is als de tegenstander heel snel en onrustig speelt; ‘zoals die kinderen altijd doen’ verduidelijkte ik mijn standpunt nog maar eens. Nee, daar was hij zich niet van bewust, het was allemaal theorie in het begin en dus speelde hij snel. ‘Ja, maar dat is nu niet mijn sterkste kant,’ legde ik hem uit, ‘en dat is echt niet fijn voor mij als tegenstander, het beïnvloedt mijn spel’ (lekker slim om dat hier wereldkundig te maken :). Ik hoop dat hij het meeneemt voor een volgende keer. Hoe dan ook leek de remise terecht en dat vond Lichess later ook. Ik was zeer tevreden met mijn halfje, zéker toen ik later zag dat de opponent een rating van 1681 had (en in april nog 1714, en nu nog minder :). Goed dat ik dat niet geweten heb van tevoren.
Frans slot
Onze teamleider zat als laatste nog te spelen en trakteerde daardoor het hele team nog even op een stukje eindspel. Dat eindigde uiteindelijk in winst voor witte Frans, wegens de niet te voorkomen promotie van een pion op a8. ‘Vorig jaar speelde ik ook tegen hem, met zwart en toen promoveerde ik op A1,’ sprak Frans breed lachend na afloop.
Na enige verfrissingen togen we in opperbeste stemming richting huis – Thom voorin zoals afgesproken – waar een trotse man mijn bijzondere partij met verbijsterde bewondering gadesloeg. Punkte sind Punkte sprak ooit een vermaarde voetbaltrainer (gevolgd door: kein geloel, fussball spielen – dat kunnen we nu dan mooi aanpassen naar: kein geloel, schach spielen!) En zo is het.
Tot slot
Een week na dato staat er nog steeds geen definitieve eindstand van de 3e klasse op de site van de LeiSB. Ik dénk haast dat de punten van de voorronden gewoon opgeteld worden bij de play-offs, maar ja, misschien toch handig als de LeiSB dat even bijwerkt. Hoe dan ook, wij sluiten het seizoen af met een prachtige overwinning: 1-5!
Maaike, met dank aan Thom voor zijn bijdrage!

*’Langs de krochten van de hel’ verwijst iconisch naar de literaire afdaling in Dante Allighieri’s ‘Inferno’. Het is een metafoor voor een duistere, beangstigende reis door de diepten van de menselijke psyche of wanhoop.
(Bron: Vrije Academie)





