SchaCrooge en andere lotgevallen

Buiten blies een snijdende wind iedere illusie kil uit elkaar. De donkere straat werd opgelicht, en ook door lampjes. Langs de parkkant sloop een schichtige schim met onder zijn arm een pakje geklemd richting ’t Onderdak. Een zacht gerinkel weerklonk bij elke stap die hij zette. Wat voerde deze man in zijn schild? En waar was dat schild eigenlijk? Oh, onder zijn andere arm. Een vierkant schild, vreemde vorm wel, voor zo’n wapenfeit …
Aan het einde van de Gouverneurlaan stak de duistere figuur haastig over en flitste ongezien het gebouw binnen. Hij was de eerste. Zoals zo vaak, de laatste tijd. Zodat hij vast koffie kon zetten. Borden klaar zetten. Stuk voor stuk. Iedereen met een innemende glimlach welkom heten. En dat elke week weer.
Houterig bewoog hij zich door de ruimtes. Stak kaarsen aan, de kerstboomverlichting. Mompelend. Knorrend. Zijn toch al niet beste humeur zakte tot ver onder het nulpunt. Waarom moest hij nou weer op het laatste moment voor de kerstconsumpties zorgen. Dat zou zij toch doen? Hij moest zich elke week al te barsten sjouwen om te zorgen dat iedereen zich aan de cola zero en fanta kon laven, moest daar nu echt nog nul-punt-nul bier bij? En dan ook nog zo’n achterlijke naam: Skuumkoppe, jaja, voor minder deed ze het niet. ‘Ze hadden het beter “schuimbekken” kunnen noemen,’ monkelde hij, terwijl hij het sixpack haastig koel zette. Hij had dat nog niet gedaan of de volgende gedachte drong zich aan hem op: Zou je zien dat ze straks weer met al die achterlijke mutsen aan kwam zetten. Nee, niet haar vriendinnen, kerstmutsen in alle soorten en maten. Nee, ik zei toch niet haar vriendinnen met een kersthoofdbedekking? Let dan toch ook op!
En het ergste is nog dat je niet kunt weigeren. Wie het waagt er geen op te zetten, kan erop rekenen dat er met hem de volgende dag afgerekend wordt in een valsch stukje op de website. Maar ik doe daar niet aan mee. Ik heb gewoon mijn eigen muts opgezet. Ja, binnen pas, je denkt toch niet dat ik voor gek ga lopen met dat rode gevaar?
Oh, ik hoor de deur gaan, daar zul je haar hebben. Nou, kom op, SchaCrooge, smile! Je kunt het! ‘Hé goedenavond, wat leuk dat je er bent. De koffie loopt, de kaarsen branden, het schaakvuur ook, ik hoop dat er velen komen, rapid of gewoon schaak, en dat we er een leuke avond van maken met z’n allen!’

Kerstschaak
De eerste schakers druppelen binnen, bijna iedereen heeft wel een trui aan (gelukkig wel :), de meesten een (goed) foute kersttrui. Sommige truien zijn eigenlijk te mooi om fout te zijn, en Jan J. heeft zelfs een geweldig mooi schaakcolbertje aan vol blauw(e)-sparren.
Piet en Willy trakteren vanavond op heerlijke hapjes van da Tano en de club trakteert op kerstkransjes, chocoladekransjes en een kerststaaf. Marcel heeft een heerlijke fles rode wijn meegenomen voor algemeen gebruik. Kortom, de kerstgedachte waart ruimschoots rond.
In de ‘gesloten’ kamer wordt gerapid, in de ‘open zaal’ vindt een mini-simultaan plaats tussen Jan J., Ben R. en Bob.
Het tempo zit er goed in en de stukken vliegen over het bord. Jelle is de eerste ronde bezig Paul van het bord te schuiven, maar die heeft op het laatst een mooie truc en zet Jelle VerPardoes mat. Sam manoeuvreert net zo lang met zijn stukken tot Frans(e) koning van de troon gestoten wordt. Jan B. wordt degelijk van het bord gezet door Menno D. die uitstekend Frans blijkt te beheersen. De eerste punten zijn binnen. Ik scoor ook mijn eerste punt, ik ben namelijk oneven …

Foutetruiverkiezing
Na drie ronden is er een kleine pauze en, nog altijd goedgemutst, is het tijd voor de beste-foute-trui-verkiezing. De genomineerden zijn door een nogal onduidelijk samengestelde jury aangewezen:
Menno H. met zijn ballentent
Marco met zijn slab-‘gelul’ (I’ve been a good dog)
Frank met zijn Vandaag Inside on the back. En frontaal. Front-taal, bijna wel, die driekoppige dra(a)k(en) van kerels (zie foto).

Foutekersttruiverkiezing: de genomineerden Marco, Menno H. Frank (rev. en obv.)

And the winner is … Frank!

Na rijp beraad besluit de jury dat de trui van Frank toch wel de meest foute is en hij krijgt uit handen van de juryvoorzitter een passende prijs: een fout kerststaafje, om de overwinning te staven, natuurlijk. Overigens had Frank vorig jaar ook al deze prijs in de wacht gesleept (toen was die prijs nog slechts ‘de eer’, nu dus een tastbare prijs!) met zijn ‘eerlijk op straat gevonden trui. Ja, hij is wat klein, maar ik heb hem toch maar aangetrokken.’ Heel erg fout dus en dus heel erg goed. Maar goed. Ook dit jaar gaat hij er dus weer met de prijs vandoor.
Menno H. kreeg een aanmoedigingsprijs (dit jaar nog ‘de eer’), want zijn trui was zeer geestig – je kon met ballen op hem gooien, heerlijk! En die bleven dan plakken aan hem 😳. Maar hij was dus niet fout genoeg: smetteloos schoon, mooi gemaakt, geestig, kwaliteit, en dus in geen enkel opzicht fout. Helaas. Misschien gooit Frank zijn trui van dit jaar wel op straat, dan zou ik hem zeker oprapen, want daarmee maak je volgend jaar zeker kans!

Nazit
Na de vierde ronde was het tijd voor de nazit. Er waren zeer tevreden spelers, zoals Frank, die ook nog eens vier keer scoorde tegen 3M en I en nu de lijst aanvoert met maar liefst 7,5 uit 8! Maar ja, hij is mij nog niet tegengekomen (met schaken). Hij wordt gevolgd door Sam (6 ptn) en Marcel (5,5).
Maar ook Paul sleepte er deze keer vier punten uit en staat nu gedeeld 7e met 4,5, hij moest tegen de drie J’s en R.
(NB Lees verder onder de foto’s)

De sfeer bij de nablijvende (en ze hebben niet eens straf!) schakers is opperbest, ook bij degenen die slechts een halfje uit vier haalden. Of anderhalfje uit zeven. Ook nu is iedereen nog steeds zeer goedgemutst, al valt het woord ‘muts’ wel erg vaak … Alle meegebrachte waren gaan schoon op en vriend en vijand (nou ja, die zijn er niet) voeren luchtige of diep(er)gaande gesprekken, zoals altijd, al missen we onze entertainer Kas wel, vanavond. De voorzitter checkt nog even of het team voor het oliebollentoernooi nu rond is, wie er rijdt en wie de joker is die ingezet kan worden (3x raden …), de penningmeester gaat soepel akkoord met de aangeschafte versnaperingen, de secretaris doet nog even zaken over een jubelvraag die binnenkwam en die doorgezet wordt naar de jubelqueen van de club – moi. Als de nieuwe dag al is aangebroken breken we de boel op en nemen we afscheid van elkaar om ons op de kerstdagen te storten.

Schimmig
Op straat schuift een donkere schim, met op zijn hoofd een knalrode kerstmuts, langs de weg richting centrum. Zijn jas wappert rond zijn pezige lijf, terwijl hij het hoofd heft, recht tegen de koude wind in. In het donkere park ziet hij het licht van de gloedvolle lantarenpalen schaduwen op de grond werpen. Binnenin hem klinkt een broeierige stem: ‘Ze heeft je niet eens bedankt voor die schuimbekken …, wat een muts!’ De donkere figuur richt zich op, recht zijn schouders en werpt de borst fier vooruit. Op dreigende toon zegt hij: ‘Hou nou je kop maar eens! Je ziet het hélemaal verkeerd. Je stookt me iedere keer op, maar je begrijpt er helemaal niets van! Want toevallig hoorde ik een aantal leden tegen elkaar zeggen: “Wat hebben we toch een fijne club hè, wat is het toch gezellig, en toch ook leuk gedaan zo, met die hapjes, enzo.” Dus hou nou eens op met dat negatieve gedoe, het slaat helemaal nergens op!’ De innerlijke stem begint te sputteren, protesteert lichtjes, maar de zwarte man zwaait vervaarlijk met zijn armen en schreeuwt  nu bijna, met overslaande stem: ‘En weet je wat ze ook zeiden? Hè? Hè? Hè? Ze zeiden dat ze vonden dat ze zo’n goede voorzitter hadden, die zijn verantwoordelijkheid neemt en ook persoonlijk is. En dat de secretaris zich altijd heel serieus van zijn taak kwijt, ook als hij het eigenlijk te druk heeft. En die penningmeester, hè, die neemt zijn taak ook al zo serieus en die makker heeft het echt stinkend druk. Wie zeg je? De wedstrijdleider? Nou, nu is hij even wedstrijdlijder, omdat ie een oogje dichtgeknepen heeft, tja, risicootje, maar over consciëntieus gesproken, altijd vroeg komen, spullen klaarzetten, uitslagen verwerken, wedstrijdkalender maken, altijd inzetbaar, ook extern, dus hou maar op, voordat ik de geest geef. Of beter nog: voordat ik de geest weggeef, jij dus!’
‘Nou, dat zal dan misschien wel, maar over die muts zijn we het wel eens, toch? Die met haar gezeur en opdrachtjes?’
‘Ach joh, allemaal uiterlijk vertoon en veel lawaai, het is net zo’n deux-chevaux van vroeger, veel herrie maar het motortje draait altijd en zeg nou zelf, die eendjes hebben toch ook hun charme, dus zo moet je het maar zien. Iedereen doet daar gewoon z’n stinkende best en daarom is het zo’n fijne club. En jij, enge geest, wegwezen, ik wil je nooit meer zien!’
Op dat moment lijkt het wel of er een wolkje stoom uit de mond van de donkere figuur komt, dat oplost als een mistsliert in de ijle lucht. De zwarte figuur staat even stil, kijkt het wolkje na en ademt eens diep in. ‘Ah, heerlijk die koele lucht, ik voel een frisse wind waaien vanbinnen!’ De eens zo zwarte figuur lijkt er ineens een stuk lichter uit te zien, zeker in zijn bewegingen. Met opgeheven hoofd vervolgt hij paardspringend en zingend zijn weg, zich nu al verheugend op de volgende clubavond: 🎶‘It’s beginning to look a lot like Chessmiss, everywhere I go🎵 …’

Maaike

Nawoord
De volgende rapidavond is op 20 januari. Volgende week (30 december) is er een gewone clubavond, dus komt allen weer gezellig schaken. En verder iedereen natuurlijk heel mooie, gezellige en warme Kerstdagen en een soepel nieuw schaakjaar toegewenst!

 

 

 

Bladwijzer de permalink.

2 reacties op SchaCrooge en andere lotgevallen

  1. Jan Bey zeggen:

    Ja. Leuk artikel! Sorry. Maar we vergaten te vermelden: met dank aan het merendeel van de foto’s waren van Willy Bakker!

  2. Paul zeggen:

    mooi verhaal Maaike en ja het bestuur van onze club doet het geweldig. Dat mag gezegd worden.

Laat een antwoord achter aan Jan Bey Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *