SSC-1 zet zich op de kaart

Van (uit) huis uit ben ik een bridger. Het spel leerde ik rond mijn 20e en daarna zou ik vele jaren bridgen in clubverband, in competities en in toernooien. En niet onverdienstelijk. Nog altijd vind ik het een prachtig spel, maar inmiddels schaak ik meer dan ik bridge.
Ja, wat heeft dat met schaken en SSC-1 te maken? Luister en huiver.

Zij die niet kunnen tekenen, zetten een kruisje

KNSB-competitie
Toen vorig jaar geïnventariseerd werd wie er voor welk team extern wilde spelen, kruiste ik in een jolige bui ongeveer alle opties aan die er waren. Er niet van uitgaand, dat ik opgesteld zou worden in team A (dat voor de Leidse Schaakbond in de 2e klasse speelt) of voor het team in de KNSB-competitie. Voor zover ik weet is het voor het eerst in de 102-jarige geschiedenis van SSC dat er een team meedoet aan die competitie. Het initiatief hiervoor lag bij  Frank. Overigens betekent bij onze club ‘initiatief tonen’ ook dat je meteen een rol krijgt in dat initiatief. Logisch dus dat Frank teamleider is geworden van SSC-1, het team dat landelijk speelt (voor ons is dat in Noord- en Zuid-Holland). Frank is een serieuze teamcaptain, wat blijkt uit het feit dat hij mijn kruisje op de lijst serieus nam en me meteen maar opstelde als vast lid van SSC-1.

Eerste wedstrijd
De eerste wedstrijd werd gewonnen met 3,5 – 4,5 uit tegen VAS 9. Frank schreef hier een mooi verslag over. Wij zaten toen nog in Frankrijk en konden dus niet spelen. Maar bij de 2e wedstrijd waren ook wij aan de beurt en wel op zaterdag 31 oktober in ons thuishonk.

Na een onrustige nacht (waar maak je je druk om?) togen we tijdig naar ’t Onderdak waar Roel en Marco reeds de zaal inrichtten: stuk voor stuk werden de borden geplaatst. Onze tegenstanders moesten uit Santpoort komen en waren bijna allemaal ruim op tijd. Na de nodige koffie- en theefaciliteiten kon er begonnen worden. Spelend wedstrijdleider (of was hij nou competitieleider? Arbiter? Wedstrijdlijder?) Frans D. verwelkomde de mannen als altijd hartelijk en begon vervolgens voor te dragen uit een pak documenten: de regels voor KNSB-competities. Gelukkig hield hij het na de belangrijkste regel: telefoons UIT en NIET op het lijf dragen, ook horloges AF en NIET op het lijf dragen (‘Maar ik heb een analoog horloge …’ ‘Niets mee te maken, uit en af!’), het snel voor gezien en kon ik – met toestemming – snel wat foto’s maken van iedereen, een rol die kibitzer* Paul van me overnam, waardoor ik er zelf ook gekleurd op sta. Omdat ik ook de website beheer, kon ik mezelf altijd nog wegshoppen, zo bedacht ik me, mocht het resultaat te beschamend zijn.

Voorkeur
De teamleider van Santpoort was de enige die aan de late kant was, en hij had de indeling. Gelukkig kende iedereen zijn plek, zodat er niet op het laatst verwisselingen uit de hoge hoed zouden komen. Meestal kijk ik van tevoren wat voor namen er bij de teamopstellingen staan, waarna ik altijd voorkeur heb voor een tegenstander met ‘een leuke naam’. Ik werd op mijn wenken bediend, want mijn tegenstander stelde zich voor als Berry. Ik ken maar twee Berry’s van wie één in Frankrijk en de ander is een van de bekendste topbridgers van Nederland (kijk, daar is het verband met bridge!). Toen schaak-Berry’s achternaam zich ontvouwde, was het beeld compleet: Berry Kaart. Het kon niet beter!

Time is not on my side
Ik had zwart en Berry begon met e4. Ik nam de tijd – zoals ik de hele partij door zou doen – om de onrust van de slechte nacht en de nervositeit van de wedstrijd zo veel mogelijk te laten wegebben. Ik werd geflankeerd door Ron op rechts en Frans op links. Dus tussen het Engels en Frans in? Nee, want Frans was weer eens aan het ’tennissen’, dat mag hij graag doen. Totdat hij naar zijn bord keek en dacht f… ‘ Maar gelukkig werd het toch game, set and match en wist hij een vol punt binnen te slepen.
Toen zou ik nog een hele tijd achter het bord zitten. Zoals wel vaker denk ik vaak binnen tien minuten dat de partij snel beslecht zal zijn (meestal niet in mijn voordeel) en blijk ik vervolgens als een van de laatsten nog achter het bord te zitten. Zo ook deze keer. Voor mijn gevoel ging het best gelijk op, nadat ik weer wat houterig uit de opening kwam, totdat ik op zet 21. een stuk voor kwam te staan en ik mijn positie er ook best gezond uit vond zien. Behalve op de klok dan. Ik had erg veel tijd gebruikt en zag nog iets van 6, 7 minuten staan. Holy shit, binnen 90 minuten plus 30 seconden per zet moest je 40 zetten gedaan hebben en dan kreeg je er een half uur bij. Dat werd nog even aanpezen. En dan worden er ook fouten gemaakt.

Overige borden
Ik had geen enkel idee van de standen aan de borden of uitslagen. Ignace was als eerste klaar, maar ik kon aan zijn gezicht niet zien of hij nou gewonnen of verloren had. En dat klopt, want het bleek remise te zijn. Logisch dus, die neutrale blik. Zijn tegenstander had aan de teamleider gevraagd of hij remise aan mocht bieden en dat mocht. Ignace zei ‘genereus’ ja en noteerde een halfje. Roel en Bert bleken gewonnen te hebben. De opponent van die laatste stond zo slecht dat hij aan de teamleider vroeg of hij mocht opgeven. De glimlach van Bert daarna sprak boekdelen.
Overigens werd de stand driftig online gedeeld met onze afwezige teamcaptain, die op afstand echter wel degelijk bij de wedstrijd betrokken was.

Ignace appte nu snel de eerste tussenstand door, het was 14.43 uur: 2,5 – 0,5 (Bert, Roel, Ignace)

Een half uurtje later had ook Marco de winst naar zich toegetrokken terwijl ik vanuit mijn ooghoeken zag dat er nog meer toeschouwers bij gekomen waren: Marcel en oud-lid Menno D. Maar ik had al mijn concentratie nodig voor de slotfase.

De volgende tussenstand, om 15.13 uur: 3,5 – 0,5 (Marco).

Bij Ron naast me was voor mij wel duidelijk wat het geworden was toen tegenstander Joris zijn hand uitstak. Ron won zijn partij, mede nadat de beschermheilige van Engeland tegenover hem had laten weten ‘er niets van begrepen te hebben’. De opening dan. Wat me meteen op de gedachte bracht: hij zal met zijn voornaam toch wel bekend zijn met de draak, hoop ik?

Tussenstand 3: 15.31 uur: 4,5 – 0,5 (Ron)

Kort daarna kon ook Frans een vol punt noteren:

15.35 uur: 5,5 – 0,5 (Frans)

Marco, 15.47 uur: De Beytjes zijn nog bezig.

Jan zat inmiddels in een gevecht gewikkeld tegen een Dijk(man) van een stelling, waarbij hij weer eens geofferd had, een pion deze keer. Zelf zou hij na afloop verklaren dat hij toch nog kansen laat liggen, dus de vorm is nog niet helemaal terug. Zijn opponent had overigens tot vier keer toe remise aangeboden wat ertoe leidde dat hij op een gegeven moment vroeg: ‘Moet je per se winnen, Jan?’ Uiteindelijk zou hij remise accepteren.

15.57 uur, 6-1! (Jan)

Overigens begint Jan enigszins last te krijgen van Beygelovigheid. Zo had hij een los papiertje meegenomen om te noteren in plaats van een toernooiboekje. ‘Want als ik dat doe, verlies ik alles.’ Frans zou later melden dat we verplicht zijn om met losse papiertjes te werken, waar je ook nog eens he-le-maal niets op mag schrijven. Behalve de zetten, dan. Dus ook geen cirkeltjes zetten om een zet, of een streepje bij de 40e zet. Tjonge, als ik had geweten dat het zó streng is in deze klasse …

Last (wo)man standing
Onder het wakend oog van team- en clubgenoten was ik nog de enige die achter het bord zat, licht gesloopt van het gekraak van de hersentjes. De voorsprong van de eerste  helft gaf ik op zet 35, te gehaast spelend vanwege die rotklok, weer terug. Hierdoor stonden we rond zet 40 weer helemaal gelijk qua stukken. In het eindspel waren er twee van Berry’s soldaatjes genadeloos op weg naar de overkant en probeerde ik uit alle macht een list te verzinnen. Zonder hulp vaart niemand wel en de hulp kwam toen mijn tegenstander in de slotfase een verkeerd veld voor zijn dame koos: in plaats van d3 (zoals de computer zei), koos hij ervoor voor de zoveelste keer een dameruil aan te bieden, nu op b7. Ik zag mijn kans schoon en zette hem vervolgens in drie zetten mat, onder het toeziend oog van (vooral) vriend en ‘vijand’. Toen ik mijn toren naar het beslissende veld schoof, klonk er een luid applaus van al die kordate clubgenoten. Wat zijn jullie toch lief!

(Eerste bord) 21. c4, wat speel je? (Tweede bord) 34. Txg3 35. hxg3 Vervolg? (Derde bord) 53. Db7. De juiste zet volgens de computer was Dd3, maar het lijkt erop dat dit niets uithaalt. De gouden zet was voor zwart: Tc8!

Volledig leeggespeeld werd ik vervolgens opgevangen door Frans en Roel die me onmiddellijk een biertje aanbood. En ging er weer een appje de deur uit:

16.06 uur, 7-1 !! (Maaike)

‘De deur uit’ gold ook voor onze, overigens sympathieke tegenstanders, die ons feliciteerden met de overwinning. Op de app kweet vervolgens captain Frank who-gives-a-shit (oh nee, dat is een andere Frank, boeie …) zich uitstekend van zijn taak:

16.45 uur: This is your captain speaking: Fantastisch, J. Bey helemaal terug🥰 En Queen Maaike💝 Overige superhelden🦸‍♂️!

Kijk, dat is nou teamspirit. In opperbeste stemming bleven we met een groepje nog ‘evalueren’, waarbij Roel met een grote grijns nog eens de eindsprint aanhaalde: ‘Six-seven!’ wat hij meteen aanpaste naar ‘Six-one – seven-one’ met de bijbehorende gebaren (wie ‘six-seven’ gemist heeft, het ging ‘viral’ zoals dat tegenwoordig heet, heeft niets gemist, maar mist hier de finesse. Beter hier dan achter het bord, toch?). Daarna nog even met z’n allen opruimen waarna we allen zeer tevreden huiswaarts keerden.

Laatste bericht: 18.08 uur: Roel: stand ingevuld en doorgestuurd naar de KNSB
Waarmee we nu de trotse koploper zijn in klasse 7D!

Stand na 2 ronden

Maaike

NB Als je als laatste klaar bent, krijg je niet veel mee van de anderen. Volgende keer hopelijk ook wat meer over de andere partijen.

*Uit de serie ‘volstrekt overbodige, doch vermakelijke weetjes’. Deze keer: kibitzer (tekst: google)
Kaart- en bordspelen: De term komt oorspronkelijk uit de kaart- en schaakwereld (zoals bij bridge), waar toeschouwers stil horen te zijn, maar soms toch over de schouder meekijken en bemoeierig tips roepen. In het Nederlands wordt het daarom vaak vertaald als een bemoeial.
Herkomst: Het woord is afkomstig uit het Jiddisch (kibetser), dat weer is afgeleid van het Duitse werkwoord kiebitzen (over de schouder meekijken). Dit is vernoemd naar de vogel de kievit (Kiebitz in het Duits), die luidruchtig rondvliegt als er iemand in de buurt van zijn nest komt.
Breder gebruik: Tegenwoordig kan het ook slaan op iemand die ongevraagd grapjes maakt of slap kletst tijdens het werk of serieuze gesprekken van anderen.

Bladwijzer de permalink.

2 reacties op SSC-1 zet zich op de kaart

  1. Paul zeggen:

    Na deze geweldige uitleg over kibitzer snapt natuurlijk niemand waarom ik zo genoemd wordt in dit verslag. 🤩

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *