Winst!

Ons B-team speelt in de 3e klasse van de LeiSB. Daar spelen kennelijk zoveel teams, dat de competitie in tweeën is gehakt. De eerste 5 rondes waren succesvol en het is nu tijd voor de play-offs. Hoe dat werkt? Geen idee. Op de een of andere manier worden de twee halve competities met elkaar ‘verwoven’, of zo. Afijn. Afgelopen dinsdag (31 maart 2026) was de eerste van twee play-offs, thuis tegen Philidor G.
Ondanks afwezigheid (want vakantie, quizmasterschap, en helaas … overlijden)  speelden we met slechts één invaller, en niet de minste! Jelle V., Herman, Johan, Frans (schrijver dezes), Ben, en Jelle K. Onze quizmaster Menno was de wedstrijdleider, of andersom, dat maakt niet uit.

Goed geluimd
Iedereen was ruim op tijd en (belangrijk) goedgeluimd, ook de tegenstanders. Daar houd ik van, want ik schaak voor het plezier. Leuke lui, die Philidors! Binnen anderhalf uur stonden we 2-0 voor. Zowel mijn tegenstander als die van invaller Jelle K. maakten ernstige openingsfouten, waardoor zo veel materiaalvoordeel ontstond dat de partij al na enkele zetten niet meer houdbaar bleek. Ze speelden (zoals dat hoort op ons niveau) natuurlijk toch door, dus we hebben beiden onze ‘afmaak-strategie’ kunnen oefenen.

Briljante afmaker

Stand na 17. … h5, wit aan zet

In mijn partij was het na zet 10 gedaan. Helaas miste ik een briljante afmaker op zet 18, een zet die ik overigens 2 zetten daarvóór nog wel in de berekening had meegenomen. Maar ik was even gaan roken, om daar rustig met mezelf af te spreken: houd je aan het vaste plan voor winnen met voldoende materiaal: consolideren, liquideren, promoveren. Zo zie je maar, roken is slecht voor je. Maar het is een leuke puzzel (zie diagram).

Gegeven paard
Jelle K’s tegenstander gaf een paard weg (de ‘classic’: zwart slaat met paard op e4, en wit vorkt het paard met schaak door Da4).
Herman verloor helaas, maar hij had een goed excuus. Iemand had hem op het verkeerde bord ingedeeld. Ik zat zelf naast Ben, en ik heb hem een harde aanval op zijn zwarte koningsvleugel geweldig zien verdedigen! Het werd remise. Vervolgens ontstond er een kleine consternatie. Johan stond weliswaar een loper achter, maar had nog wel wat remisekansen met een goede pionnenstructuur en ieder nog een toren op het bord. En hij had een hoop tijd méér dan zijn tegenstander. Die schreef daardoor ‘wat minder vaak’, wat door Johan werd opgemerkt. Bij navraag (door Johan aan mijzelf) kwam het in orde: je mag inderdaad meteen zetten als je tegenstander een zet doet, maar je moet bij zijn met schrijven tot en met je eigen vorige zet voordat je weer een zet doet. Helaas was het na de torenruil niet meer houdbaar. Het was 2½ – 2½.

Alle ballen op Jelle V.
En dus kwam het allemaal aan op bord 1. Jelle (V) met een pionnetje méér. En toen twee. En toen drie. Dat moest toch winnend zijn. En dat was het ook. Maar Jelle moet iets gedacht hebben als: ik zit hier nou toch, kan ik net zo goed nog even blijven schaken. Iedereen staat er zo gezellig omheen … Maar een lang verhaal kort (half uur!). Ja, drie pionnen meer is winnend! We hebben ze de oren gewassen: 3½ – 2½.

Frans D.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *